EEN SOCIALE HANDGRANAAT

Sinds 1999, ik was 23 jaar, ben ik in het bezit van een Triumph T150V export model uit 1974. Vraag me niet waarom maar klassieke Engelse motoren hebben altijd véél meer indruk op me gemaakt dan Japanse PK-pakhuizen.

Ik heb de motor inmiddels een krappe 20 jaar en heb er meer aan moeten sleutelen dan dat ik ermee gereden heb. Het was nogal een kat in de zak namelijk. Het schijnt ook dat je een goede Trident niet verkoopt maar dat wist ik indertijd helaas nog niet.

Spijt heb ik er echter niet van want die Trident bleek me op het lijf geschreven. Ik hou van het ding en neem al haar imperfecties en nukken voor lief. Verhalen dat ik met een 2-cilinder beter af zou zijn schuif ik dan ook zonder pardon terzijde. Haar tegen de 7 à 8 duizend toeren door de versnellingen jagen is daar trouwens ook een goede remedie voor. Weinig motoren klinken namelijk beter dan een Trident ‘On Full Song’. En daar is geen discussie over mogelijk. Met mij in ieder geval niet.

Toen een paar jaar geleden de originele benzinetank door roestte ben ik op zoek gegaan naar een Slippery Sam tank. Het toeval wilde dat ik op Ebay tegen tank van dit model aan liep die volgens de verkoper was gemaakt door de legendarische Don Woodward (Martin Russell heeft de echtheid van deze tank later kunnen bevestigen). De advertentie voor de tank was nogal onhandig opgesteld en de omschrijving klopte dan ook niet helemaal. Hierdoor kocht ik hem voor een prikkie.

Met de nieuwe tank paste het originele zadel niet meer en heb ik een polyester zitje gemaakt met als voorbeeld het zadel van de ‘Boyer of Bromley’ Trident. Daarna was het achterspatbord aan de beurt. Een aftermarket T120 spatbord heb ik naar het zadel en frame in vorm geklopt en er een vroeg model Lucas achterlicht op gemonteerd. Ook de grab rail moest eraan geloven en werd vermaakt, gezandstraald en zwart gelakt. Voetsteunen op de originele plaats zien er natuurlijk niet uit op een wannabe racer dus heb ik deze naar achteren verplaatst. Hiervoor heb ik vervolgens een rempedaal gemaakt en de schakelpook omgedraaid. Een set omhoog wijzende Raygun uitlaten van Campbell’s en een set hiervoor gefabriceerde schetsplaten en down pipes maken het geheel af. Samen met nog wat kleinere wijzigingen zoals een oliedrukmetertje en clip-ons stond er ineens een redelijk knappe caféracer voor de deur.

Op pad

Nu hou ik wel van een ritje met de motor en vind het niet erg om alleen te rijden. De weersvoorspellingen zagen er begin vorige week (begin juni jl.) voor dat komende weekend zo redelijk uit dat ik mijn eega maar eens heel lief aangekeken heb. Ik had dit weekend toevallig tijd en de Trident leek er al weken ontzettend veel zin in te hebben. Ze is namelijk vers gereviseerd en loopt als een raket.

Ik kreeg toestemming en heb maandagavond een ferryticket Hoek van Holland – Harwich geboekt voor de donderdagmiddag tot de maandagavond erop. Even langs de ANWB voor een kaart van Engeland plus een Engelse stekker en langs mijn werkplaats om een rol gereedschap bij elkaar te sprokkelen, een blik olie te pakken en ik was ready to go. Tent, slaapzak, luchtbedje, wat kleding en een goed boek natuurlijk inbegrepen.

Donderdagmiddag werd ik uiterlijk 13.30 bij Stenaline verwacht want de ferry zou om 14.15 vertrekken. Eric Casius kwam me oppikken. Hij wilde me afleveren bij de ferry. Eric had graag mee gewild maar ik had de trip zo impulsief gepland dat hij het niet voor elkaar kreeg om mee te gaan.

Na Eric uitbundig uitgezwaaid te hebben de ferry op gescheurd en de Trident vastgesnoerd. Boven maar meteen een eerste pint besteld en mezelf in een stoel genesteld. Op naar Harwich.

19.45 lokale tijd werden we gelost. Na een groep Nederlandse motorrijders wat vertwijfeld achter te hebben gelaten (het schijnt nogal een dingetje te zijn om alleen en met een oude Engelse motor op reis te gaan) ben ik naar Ramsey, een dorp in de buurt, gereden. Hier zou The Castle, een pub, staan met een campingterreintje erachter.

Ik rij het parkeerterrein van The Castle op en bevind me plots omringd door zo’n 20 Lambretta scooters. Ik roep “Oh no, The Mods!” naar die gasten en bal lachend mijn vuisten. Ze snapten hem niet. Cultuurbarbaren! 

Ik roep “Oh no, The Mods!” naar die gasten en bal lachend mijn vuisten. Ze snapten hem niet. Cultuurbarbaren!

Toen een van die gasten vroeg of ‘die van mij’ een 2-takt was werd het hoog tijd om in de pub te vragen of ik op het kampeerterrein mijn tent mocht uitklappen. Dat bleek te kunnen maar er werd me wel gevraagd of ik indien het mogelijk was mijn motor de heuvel op zou kunnen duwen. Not a chance. Die helling was echt steil. Ik start de Trident en rij zo stil mogelijk omhoog. Niet makkelijk met een knappe set Rayguns want daar komt een goede bak herrie uit. Een Nederlandse fietstoerist schudt heftig ‘nee’ met zijn hoofd en ik besluit dat de plek naast zijn tent perfect is voor die van mij.

De eerste nacht in de tent viel me alles mee. Behalve dan dat die Nederlander de hele nacht knoepers van bomen aan het omzagen was. Wraak is zoet zullen we maar zeggen.

Ace Café Londen

’s Ochtends tegen 4.30 werd ik wakker van de vogels en het licht dat door het tentdoek scheen. Als Scheveninger ben ik meeuwen gewend en die landbeesten tjilpen de oren van mijn hoofd. Ik heb nog een uur geprobeerd om in slaap te komen maar helaas. De tent werd ingepakt en rond 6.30 uur zat ik op de motor. Op naar het Ace-Café in Londen voor een stevig Engels ontbijt.

Grote snelwegen vermijd ik liever en het plan was om via de A120 richting Standon te rijden en daar de A10 op te schieten naar de A406, de North Circular Road, waar het beruchte Ace-Café zich aan moest bevinden. Ik heb een broertje dood aan moderne navigatie gadgets op een klassieke motor dus ik vind mijn weg op de oude manier. Met een papiertje op de tank geplakt waar bovengenoemde wegen en plaatsnamen opstonden ben ik op pad gegaan. Als je op deze manier navigeert wil er nog wel eens wat fout gaan en ik kwam tijdelijk op de A12 uit. Druk, hectiek, haast, drama. Wegwezen hier. Bij een tankstation mijn positie bepaald en zo snel mogelijk terug naar de A120. Na wat kruip door sluip door lukte dit en niet weel later bevond ik mij zelfs op de A10. Dit was ook een vrij grote weg maar volgens de kaart gek genoeg nog geen snelweg. Het zal wel. Beter is dat Ace-Café de moeite waard.

Hoe dichter bij Londen hoe drukker het wordt. Vrijdag schijnt de drukste dag van de week te zijn en het geluk treft mij dat ik juist op dit moment om Londen heen wil. Ik heb zoveel aandacht nodig voor het duwende verkeer en het links rijden dat ik op de rotonde van de A10 naar de A406 rechtdoor Tottenham in rij. Met een AP-race koppeling en een buitentemperatuur van zo’n 25 graden vast komen te zitten in het centrum van Tottenham is zogezegd interessant. De koppeling begint wat te bijten en de hitte van het blok is goed voelbaar door mijn lederen motorbroek. De oliedrukmeter geeft echter in deze hitte steevast 30 pond aan bij 1000 toeren en zit met een streepje gas direct op 75 pond. Die revisie blijkt best redelijk geslaagd te zijn. Daar klaart mijn humeur iets van op.

Met een AP-race koppeling en een buitentemperatuur van zo’n 25 graden vast komen te zitten in het centrum van Tottenham is zogezegd interessant.

Na raadplegen van mijn kaart vind ik dan eindelijk mijn weg naar de A406 en het Wembley stadion waar het Ace-Café vlakbij zou moeten liggen. En ja hoor, daar was ie dan, het Ace-Café! Ik stuur mijn machtige Trident de parkeerplaats op en sta… alleen. Geen enkele motor. Alleen 5 gasten met een opgevoerde metallic paars gelakte Audi Q8 en nog wat van dat soort botsauto’s. Kijk, je hebt verwachtingen en je hebt de realiteit. Natuurlijk had ik niet verwacht tegen een club rockers aan te lopen, laat staan de Rolling Stones, maar ik had wel iets meer motorvolk verwacht. Na 10 minuten parkeerde er tot overmaat van ramp een motorscooter naast mijn Trident.

Tijd voor dat ontbijtje dan maar, het was tenslotte al 12 uur. Binnen stonden (pin me er niet op vast) een Norton Manx en een BSA Goldstar stof te vangen en op raceblokjes en Union Jacks was niet bespaard. Ik bestel bij een bardame met paars/blauw haar een kop koffie en krijg een witte mok met oploskoffie voorgeschoteld. Gelukkig geen Frappuccino toestanden hier. Punten voor Ace-Café! De brunch, een ontbijt durf ik het op dit moment van de dag niet meer te noemen, sluit perfect aan bij die kop oploskoffie. Full English breakfast. Kanonnen wat een berg vet voer. Maar na de lange motorrit gaat het er schrikbarend goed in.

Ik koop een ‘Rockers’ patch voor Eric Casius en een Ace-Café pinnetje voor mezelf in de royaal uitgepakte Rockers boetiek, maak nog wat foto’s van mijn motor voor het Ace-Café, (motorscooter zorgvuldig buiten het kader houdend) en besluit dat het tijd is om richting Southampton te rijden. Het National Motor Museum en het Sammy Miller Motorcycle Museum staan nog op de agenda voor dit weekend.

National Motor Museum

Ik kan uitgebreid uitpakken over de rit richting Southampton maar het was smerig druk, redelijk saai en ik ben uiteraard weer een paar keer verkeerd gereden. Volgende keer dan toch maar een navigatieapparaatje op de kroonplaat? No way!!

De Trident loopt nog steeds super en heeft ongelooflijk veel pit. Ze loopt op haar sweet spot haast trillingsvrij en zelfs een slapende hand blijft me bespaard. De carburateurs zijn perfect afgesteld en de motor reageert héél direct op het gas. Ik trek haar dan ook niet zelden open tot zo’n 7000 toeren. De brul die de Rayguns op dat moment uitbraken is simpelweg verslavend.

Het stuk Londen – Southampton verloopt een stuk sneller dan het eerste deel van de rit en na een uur of 3,5 draai ik de inrit van het National Motor Museum op. Ik parkeer de Trident in een fietsenrek naast 2 splinternieuwe Honda’s, pak mijn camera uit mijn tas en begeef me naar de ingang. Entree £24,-. Pardon?! Eenmaal binnen blijkt waarom het zo duur is. Het National Motor Museum is een soort pretpark met onder andere een wisselend thema. Deze keer is dat de ‘Top Gear Experience’. Leuk, maar daar kom ik niet voor. Ik wil auto’s en motoren zien en eenmaal binnen word ik niet teleurgesteld. Wat een collectie! Één van de eerste Mercedes Benzen, Engelse autootjes uit de jaren stilletjes en recenter, een Ner-A-Car, Brough Superior, Exelsior, Matchlessen, Triumphs, Nortons en noem maar op. Maar wat het meeste indruk maakte waren de Bluebirds van Sir Malcolm Campbell. Die dingen zien er werkelijk angstaanjagend uit. Je moet wel een ongelooflijke set cojones hebben wil je daarin stappen en kijken hoe hard ie wel niet kan. Heeft die man zichzelf later niet aan stukken gevaren in een powerboat? If you’re gonna be dumb you better be tough.

Feest bij de buren

Ik ben na de motorrit aardig afgemat en het wordt tijd voor een camping. Ik zoek iets in de buurt van het water en kom uit in Lytton Lawn Touring Park in Milford on Sea. Prijs per nacht £25,-. Redelijk heftig voor alleen een tentje en een motorfiets. De dame achter de balie beseft dat gelukkig ook en ik krijg maar liefst £5,- korting. Proest. Ze waren wel heel behulpzaam en ik kreeg een leuke tip voor een pub in het dorp om die avond wat te eten. The Smugglers Inn.

De tent gaat op en ik hoor naast me “Nice bike mate”. De buurman vindt het wel wat, dat scheurijzer van mij en knoopt een praatje aan. Het blijkt een gezellige vent. Een Zuid-Afrikaanse Engelsman genaamd Mark met een Panamese vrouw, die een nicht blijkt te zijn van Roberto Durán, de Panamese boxer met de bijnaam ‘Hands of Stone’ die in 1980 de beroemde Sugar Ray Leonard alle hoeken van de boksring heeft laten zien.

De tent gaat op en ik hoor naast me “Nice bike mate”. De buurman vindt het wel wat, dat scheurijzer van mij en knoopt een praatje aan.

Er liep ook een driejarig ventje rond de camper. Het mannetje liep met een lang stuk plastic op alles wat los en vast zat te meppen. “Hij heeft een krasje op zijn Y-chromosoom en is hierdoor hyperactief”. Dat blijkt want dat stuk plastic is een stuk camperinterieur. Nadat ik ook een paar tikken in mijn knieholten heb gehad vinden pa en ma het genoeg geweest en het mannetje wordt in de camper gezet met een film van Peppa Pig op de iPad. Helemaal goed ging dit geloof ik ook niet want het leek wel of er een losgeslagen chimpansee in die camper zat.

Mark was de barbecue aan het aansteken en vroeg me of ik het leuk vond om mee te eten. In de barbecue lag echter een grote stapel geïmpregneerd hout en ik bedankte vriendelijk. Het hout bleek van zijn illegaal gebouwde terras te zijn dat ie van de gemeente weer had moeten afbreken. Op deze manier had ie er toch nog plezier van beweerde hij.

Op naar de pub. Op het moment dat ik de oprit van The Smugglers Inn op draai staat er direct een gast van mijn leeftijd naast de motor. Zo’n oud Engels hok is toch een soort van sociale handgranaat. Overal heb je aandacht en maak je de tongen los. En in elke pub zit die ene kerel met dat motorshirt waarvan je zijn hart een sprongetje ziet maken op het moment dat je de jiffy uitklapt. Heel behoedzaam laveert zo’n kerel zich vervolgens door het overige publiek richting je pint. “Nice bike mate”. Ik mag dat wel. Als je daar niet tegen kunt moet je maar een dertien in een dozijn motorfietsje aanschaffen.

Een goed gesprek over Triumphs en een bord Lasagne met friet (?!) later begeef ik me weer richting camping alwaar Mark nog steeds de vlammen van zijn terrashout probeert te dimmen. Ja, die chemicaliën branden wel. Er zijn vrienden op komst en ik word uitgenodigd voor een drankje die avond. Ik ben toevallig die dag geslaagd voor mijn opleiding tot cameraman bij het Cameracollege in Bergen op Zoom en heb alle reden voor een feestje. En dat werd het. Engelsen hebben drinken tot kunst verheven en al spuug ik er ook niet in, ik moest afhaken.

Sammy Miller

’s Ochtends trek ik een klein spijkertje uit mijn hoofd en ga even met een doek langs mijn Trident. Schoonmaken heeft namelijk als voordeel dat je ook eventuele gebreken ontdekt. Alles blijkt ok. Het blok is droog, alleen de kop zweet een heel klein beetje. Het oliepeil had ik eerder al gecontroleerd en bleek verrassend goed. Ik vouw mijn tent op, drink een kop Engelse thee met de buren en ben weer onderweg. Het Sammy Miller Museum staat voor vandaag op de planning.

De wegen in The New Forest zijn schitterend en een feest om met de motor te rijden. Wat gaat de Trident goed door de versnellingen. Hier komt ie echt tot zijn recht. Verder dan de vierde versnelling kom ik niet op deze wegen maar het is zat. Snelheid is niet alles.

Sammy’s museum is vlakbij en ik zet de motor in de rij naast wat andere moderne toermotoren. Weer de enige klassieker.

Ik ben in 2009 al eens in het museum geweest maar dat was een kwartier voor sluitingstijd en ik heb er zo ongeveer doorheen moeten rennen. Tijd om dit eens uitgebreid goed te maken.

Het leuke van het Sammy Miller Museum is dat er vooral veel sportieve motoren staan en uiteraard een hoop trail motoren. In een hoekje achterin zelfs een Rob North triple. Ik heb het ding uiteraard grondig besnuffeld en heb zelfs nog wat inspiratie opgedaan voor mijn eigen racer. Je begrijpt dat ik me hier verder niet over kan uitweiden. Stel je voor dat de concurrentie erachter komt.

Links achterin het museum, waar de Honda’s staan, zit kennelijk ook de deur naar de werkplaats want ik zie daar plotseling Sammy zelf naar binnen komen en een veteraanmotor de werkplaats in duwen. Goed om te zien dat die man nog zo lekker met zijn motoren bezig is. Later ving ik in een gesprek tussen een medewerker en een bezoeker op dat Sammy nog 6 van de 7 dagen in de week aan het sleutelen is.

Op de binnenplaats staat de deur naar de werkplaats open en ik maak snel een foto met mijn telefoon (mijn spiegelreflexcamera zit nog achterop de motor). Meerdere motoren staan voor onderhoud op motorbruggen omringd door een indrukwekkende hoeveelheid gereedschap. Een ware jongensdroom.

The New Forest

Na een paar uur heb ik de motoren wel gezien en is het de hoogste tijd om een camping te gaan zoeken. De Engelse buren op de vorige camping zeiden dat ‘Hollands Wood’ een leuke camping is. Nu is de omgeving hier zo mooi dat ik besluit maar een stuk rond te rijden en wel zie waar ik uitkom. Hier en daar een wildrooster, veel loslopende paarden, koeien en een verdwaalde ezel. Schitterend maar wel scherp blijven. Eén van die paarden was geen Trident liefhebber en haalde met zijn achterbenen naar me uit. Het ging zo snel dat het gelukkig bij een schijnbeweging bleef maar je schrikt er wel van. 

Na een goede drie kwartier rij ik op de weg tussen Brockenhurst en Beaulieu een bos in en zie een bord van een camping. Roundhill Campsite. Het blijkt een hele grote camping te zijn met minimale faciliteiten en die paarden en koeien van net lopen hier gewoon tussen de tenten door. Gaaf!

Ik zoek een plekje uit op een grasveldje en zet de tent op. De rest van de middag besteed ik aan het lezen van ‘De Muizentrap’ van Jan ven den Bossche. Het boek beschrijft een motortrip van Jan met zijn Trident. Tijdens een trip met je Trident een boek lezen over een trip met een Trident. Kan het nog beter?

’s Avonds weer naar een lokale pub voor een pint en een warme prak. Hoe Engelsen het voor elkaar krijgen om van iets lekkers een bak calorieën met currysaus en gesmolten kaas te maken blijft me verbazen. Het eerder beschreven motorshirt ritueel herhaalt zich ook hier weer en ik trek weer behoorlijk wat bekijks met mijn caféracer. Een kerel met dit keer een BSA-shirt heeft een T160 gehad en we hebben al snel een leuk gesprek over 3-cilinders. Het blijkt een echte rocker en ook zijn vrouw ziet er behoorlijk rock ’n roll uit, inclusief bolletjes petticoat. Ze staat me samen met een vriendin met haar telefoon te filmen terwijl ik de Trident start. BSA jubelt “She sounds like a brand new bike! No rattles or anything.” Oh yeah, die steek ik in mijn zak als je het niet erg vindt. En met gepast gebrul van de Rayguns scheur ik het bos in, terug naar de camping. Morgen naar Brighton en dan even kijken waar ik eindig.

Ik word waker van gesnoef naast mijn tentje en als ik mijn kop door de rits steek staat een koe me wat glazig aan te kijken.

Ik word waker van gesnoef naast mijn tentje en als ik mijn kop door de rits steek staat een koe me wat glazig aan te kijken. Ik heb nog een appeltje als ontbijt en besluit deze met haar te delen. Het wordt gewaardeerd.

Brighton

De tent wordt opgebroken en ik vertrek richting Brighton. Het plan was om binnendoor te rijden maar het is zo’n drukte dat ik na de zoveelste file voor een rotonde of stoplicht besluit de M27 op te sturen. GAS EROP!!! Stiekem toch ook wel lekker. Binnen een paar uur sta ik in Brighton aan de boulevard voor een Fish & Chips tent. Het is zondag en er staan een hoop motoren. Maar geen klassiekers. Wel weer een hoop Lambretta’s maar die ben ik maar voorbijgereden. Nog een keer de vraag of die van mij een 2-takt is kan ik emotioneel niet verdragen.

De Trident trekt wederom een hoop belangstelling. Ik stel me wat verdekt op en laat de mensen kijken terwijl ik een teil oploskoffie en een broodje naar binnen werk. In de buurt van Brighton wil ik liever niet kamperen en ik besluit naar Lewes te rijden en daar een plan te trekken. 

Op weg de stad uit rij ik langs het Royal Pavilion. Ik heb hier in 1997 met mijn Tomos 4L en de Puch VS50 van een vriend voor gestaan en het leek me leuk om eenzelfde foto met de Trident te maken. Dus in de ankers en de stoep op. Klik, en weer verder.

Lewes

De rit naar Lewes is een stuk beter te doen dan Brighton in vanaf Southampton en ik sta al snel in het centrum van het dorp voor de lokale tourist information. Toch maar even vragen waar een camping is want de kaart geeft niet veel aan. Ik word naar Seaford gestuurd waar een camping aan het strand ligt. Mooi, dan kan ik ook nog even een duik nemen straks want het weer blijft drukkend warm en ik smelt weer aardig in mijn motorpak. Voordat ik kan vertrekken word ik aangesproken door een grote kerel die naar de Lowland Triples sticker op mijn tank wijst. “Ik ken jullie! Ik race ook”. Wat leuk. Zijn gezin staat erbij en lijkt de passie van pa waarachtig te snappen. “I’m going to shake your hand sir. Smashing bike. Marvelous trip. Good on you”. 

Voordat ik kan vertrekken word ik aangesproken door een grote kerel die naar de Lowland Triples sticker op mijn tank wijst. “Ik ken jullie! Ik race ook”.

De camping blijkt simpel maar verzorgd en inderdaad pal aan het strand. De tent gaat voor de laatste keer omhoog en ik controleer nog even snel het oliepeil nu de motor nog warm is. Nog steeds ruim halfvol. Fantastisch. Dan wordt het toch hoog tijd voor die duik. KOUD! De Noordzee is ter hoogte van Scheveningen warmer lijkt wel. Het feit dat ik normaal gesproken altijd met een surfpak in zee lig, ik surf namelijk behoorlijk fanatiek, zal er ook wel iets mee te maken hebben. Verfrissend is het in ieder geval wel en ik ben weer helemaal scherp om eens een flinke deuk in de Muizentrap te slaan. Het is een enorme pil en ik ben net over de helft.

Het dorp en de pubs zijn vlakbij en ik besluit ’s avonds maar eens te voet te gaan. Een wandeling langs zee is nooit verkeerd. Na in een aantal pubs te horen te hebben gekregen dat de keuken al tussen 4 en 5 gesloten is eindig ik in ‘The Old Plough’. Best een leuke tent met een groot terras. Het enige wat ze nog kunnen serveren op dit uur van de dag, het is 19.30 uur, is fish & chips. Beter dan niets dus doe maar en doe er ook nog een pint Guiness bij aub. Er staat een knoeperd van een bord voor de deur met daarop in grote sierlijke letters dat het ontbijt vanaf 10 uur de andere dag wordt geserveerd. De kwaliteit van het diner was dermate dat ik een ontbijtje hier ook wel aandurf.

Eenmaal terug op de camping raak ik in gesprek met de buurvrouw en ze nodigt me uit voor een wijntje bij haar tentje. Ze komt uit London en is voor het eerst aan het hiken. Aardige griet maar wederom met minstens een fles wijn achter haar kiezen en binnen een half uur valt ze al giechelend in herhaling. Bedtijd voor deze jongen. Morgen een redelijk eind rijden met de bedoeling nog wat te zien voor ik die ferry op moet.

Bentley Motor Museum

De andere dag zoals gepland dat ontbijt naar binnen geharkt. Anders dan dat kan ik het consumeren van een Engels ontbijt niet omschrijven. Brrrrrr. Maar je hebt wel voor de hele dag gegeten en dat was precies de bedoeling want er gaat flink gereden worden. En natuurlijk staat er weer een echte motorrijder bij mijn motor. Binnen 10 minuten komen de geplastificeerde foto’s van zijn schatten uit zijn portemonnee tevoorschijn. Ik dacht dat ik de enige nerd was die dat soort dingen deed. Hij heeft ook Triumphs en een Honda CB750 chopper. Allemaal eigenbouw. Hij geeft me bij het afscheid een stevige hand en zegt blij te zijn eindelijk eens een echte motorrijder tegen te komen.

Binnen 10 minuten komen de geplastificeerde foto’s van zijn schatten uit zijn portemonnee tevoorschijn. Ik dacht dat ik de enige nerd was die dat soort dingen deed.

Mijn papieren routebeschrijving blijkt wederom al snel redelijk waardeloos en ik eindig ergens achteraf op een klein weggetje alwaar ik een bord ‘Bentley Motor Museum’ zie. Tijd zat nog dus daar moet ik heen. De parkeerplaats bij het museum ligt wat afgelegen en ik besluit door te rijden naar de receptie. De Trident doet wéér zijn ding en ik mag haar binnen het hek pal voor het museum zetten. Zie dat maar eens voor elkaar te krijgen met een Yamasuki RXPGZ 1100. Ik laat mijn camera in mijn tas zitten en daar heb ik nu spijt van. De collectie is klein maar heel divers. Er staat een peperdure Bentley open racewagen naast een Ford Sierra Cosworth, met zo’n walvisvleugel op de achterklep, en hiernaast een klein autootje van Ogle (ja, de ontwerper van o.a. de Trident) en een Renault Alpine in racetrim. Ook een Scott Fying Squirrel en een aantal grote auto’s uit de jaren ’30 ontbreken niet. Erg leuk.

Na een hartelijk tot ziens en de belofte dat ik nog een keer terugkom ga ik weer op pad. Vanaf nu werkt mijn opgepende navigatie op de tank wel en voor ik het weet zit ik op de M25 richting Londen en de A12 naar Harwich.

Op naar huis

Het is nog zo vroeg dat ik doorrij naar Clackton on Sea. Geinig maar niet denderend en na een ijsje daar maar weer wat rondgereden richting Holland on Sea en Great Holland. Ja, met molens en al. Je bedenkt het niet. Bij het dorp Walton on the Naze de Trident en mezelf nog even laten uitrusten en toen werd het alweer tijd voor het diner. In het gehucht Kirby le Soken zie ik een restaurant en trap op de rem. Tony, de eigenaar van ‘The Ship’ blijkt fanatiek motorrijder en beloofd me dat de route naar Harwich een hele mooie is. Ik krijg ook voor het eerst sinds ik in Engeland ben een fatsoenlijke maaltijd voorgeschoteld.

Tony, de eigenaar van ‘The Ship’ blijkt fanatiek motorrijder en beloofd me dat de route naar Harwich een hele mooie is.

Tony heeft niet gelogen en ik kan de Trident voor de laatste keer flink de sporen geven over de Engelse wegen. Het hele stuk naar Harwich bestaat uit fantastische snelle slingerwegen eindigend op een klein stukje A120.

Bij de ferryterminal staat een groep van wel 30 Zweedse motorrijders en een paar Australiërs. Ze komen net van de Isle of Man TT. Ik raak aan de praat met een kerel met een EBR (Eric Buell Racing) met Rotax blok. Wat een machine is dat. Ik heb niet veel met moderne motoren maar deze wil ik. En dat krijgt ie te horen ook. Hij is monteur en bouwt zelf motorfietsen en dat is altijd voer voor een goed gesprek. Eenmaal op de ferry zie ik de groep niet meer. Ik bestel nog een biertje, ga naar mijn hut en lees de Muizentrap uit. Goed getimed.

’s Ochtends loop ik na het ontbijt de EBR Zweed weer tegen het lijf en we gaan verder waar we de andere dag gebleven waren. Isle of Man, motoren bouwen, motorracen etc. Eenmaal benedendeks geven we elkaar een hand en rijden de ferry af. Hij moet nog 600 kilometer, ik nog 20.

En dan ben je weer thuis. Wat een rit! Snel plannen maken voor een vervolg. Belgische Ardennen? Franse kust? Keuzes keuzes.

4 antwoorden op “EEN SOCIALE HANDGRANAAT”

  1. Verrassend goed en leesbaar geschreven Ton , ook begrijpbaar als je niet motor rijdt ! Heel herkenbaar voor mij als motorrijder en als je ongeveer dezelfde ervaringen hebt en met een leuke stijl en humor !
    Keep at it , meer meer meer !
    Caas

  2. Op de pub/camping in Ramsey ook 2 nachten gestaan, wel heeeeel decadent met de camper. Wel besloten daar nog een keer met de t140 een nacht te staan. Voor de heen en de terugreis lekker dicht bij Harwich. Heel herkenbaar het contact met de engelsen, dezelfde ervaring met de Ieren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *